B- of C-karakteristiek: welke installatieautomaat kies je?

Gidsen · 19 okt 2026

B- of C-karakteristiek: welke installatieautomaat kies je?

Geschreven door Engin Demirel · Elektrotechnicus, meester-instructeur · 12 jaar ervaring

Kort antwoord: de letter op een installatieautomaat (B, C, D) geeft aan bij welke stroom hij bij kortsluiting direct afschakelt. Type B schakelt direct af bij 3 tot 5 keer de nominale stroom, type C bij 5 tot 10 keer en type D bij 10 tot 20 keer. Bij overbelasting (te veel stroom gedurende langere tijd) gedragen ze zich alle drie hetzelfde. Voor ledverlichting, waarvan de drivers bij inschakelen een hoge stroom trekken, en voor motoren is C vaak de betere keuze; B is gunstig waar de leiding lang is en de kortsluitstroom laag blijft. De nominale stroom kies je niet op de letter maar op de kabeldoorsnede; de koppeling is nationaal geregeld (in Nederland NEN 1010, bijvoorbeeld 16 A op 2,5 mm² in een gewone woninggroep; in Turkije 10 A op 1,5 mm² en 16 A op 2,5 mm²).

Wat betekent „C16“ op de automaat?

  • Letter (C): de afschakelkarakteristiek, het stroombereik waar de directe (magnetische) afschakeling begint.
  • Getal (16): de nominale stroom. Deze stroom voert de automaat continu; daarboven schakelt het thermische deel met vertraging af.
  • 4500 of 4,5 kA: het uitschakelvermogen, de grootste kortsluitstroom die de automaat veilig kan onderbreken.
  • 1P, 1P+N, 3P: aantal polen. Eenfasig met één pool (fase) of fase + nul, driefasig met drie polen.

Hoe een installatieautomaat afschakelt

  1. Thermisch deel: bij overbelasting net boven de nominale stroom warmt het langzaam op en schakelt het af. Hoe hoger de stroom, hoe sneller. Dit deel is bij B, C en D gelijk.
  2. Magnetisch deel: schakelt bij zeer hoge stromen zoals kortsluiting binnen een fractie van een seconde af. B, C en D verschillen in de aanspreekstroom van dit deel.

Voorbeeld: bij een automaat van 16 A begint de directe afschakeling bij type B rond 48–80 A en bij type C rond 80–160 A (EN 60898-1).

Wanneer type C?

  • Ledverlichting: leddrivers trekken bij inschakelen een zeer korte maar hoge inschakelstroom. Hangen er veel armaturen op één groep, dan kan een B-automaat bij het aanzetten zonder duidelijke reden afslaan.
  • Motorbelastingen: compressoren, pompen, wasmachines en airco's met een hoge aanloopstroom.
  • Transformatorbelastingen en groepen drivers.

Wanneer type B?

  • Lange leidingen: hoe langer de kabel, hoe hoger de weerstand en hoe kleiner de kortsluitstroom aan het eind. Haalt die de directe afschakeldrempel van een C-automaat niet, dan schakelt die alleen thermisch en dus laat af. Bij lange leidingen naar tuin, bijgebouw of verre opslag schakelt B bij kortsluiting sneller en veiliger af.
  • Eenvoudige belastingen met lage inschakelstroom: kachels en kleine apparaten op wandcontactdozen.

Type D is bedoeld voor industriële belastingen met zeer hoge aanloopstromen, zoals transformatoren, lasapparaten en grote motoren, en wordt in woningen niet gebruikt.

Hoe kies je de nominale stroom?

Een installatieautomaat beschermt de kabel, niet het apparaat. Eerst worden doorsnede en installatiemethode bepaald; de automaat mag niet groter zijn dan de stroom die de kabel veilig kan voeren. Een automaat die steeds afslaat vervangen door een grotere laat de kabel oververhitten en geeft brandgevaar; de juiste oplossing is de belasting verdelen of een nieuwe groep aanleggen. De koppeling tussen doorsnede en nominale stroom volgt uit de nationale norm en de berekening van de installateur.

Uitschakelvermogen: is 4,5 kA genoeg?

Het uitschakelvermogen moet hoger zijn dan de grootste kortsluitstroom op de plaats van de automaat. In veel woningen volstaat 4,5 kA; in Nederland wordt in woninggroepenkasten vaak 6 kA toegepast, en dicht bij een transformator of in bedrijfspanden kan 10 kA nodig zijn.

Legrand XS4

De 1-polige en 3-polige Legrand XS4-installatieautomaten op onze site zijn er van 6 A tot 63 A met B- en C-karakteristiek en een uitschakelvermogen van 4,5 kA volgens EN/IEC 60898-1. Wij leveren binnen Turkije.

Samen met een aardlekschakelaar

Een installatieautomaat beschermt tegen overstroom en kortsluiting, niet tegen een elektrische schok. Daarvoor is een aardlekschakelaar van 30 mA nodig. Ze vervangen elkaar niet en worden samen in de groepenkast gebruikt.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een B- en een C-automaat?

De stroom waarbij ze bij kortsluiting direct afschakelen: B bij 3 tot 5 keer, C bij 5 tot 10 keer de nominale stroom. Bij overbelasting gedragen ze zich gelijk.

B of C in een woning?

Voor ledverlichting en motorbelastingen is C vaak de betere keuze. Bij zeer lange leidingen kan B worden gekozen zodat hij bij kortsluiting snel afschakelt. De installateur beslist volgens de norm.

Welke kabel hoort bij een automaat van 16 A?

Dat hangt af van de nationale norm, de installatiemethode en de lengte. In woningen wordt 16 A meestal gecombineerd met 2,5 mm².

Mag ik een grotere automaat plaatsen als hij steeds afslaat?

Nee. De automaat beschermt de kabel; een grotere laat die oververhitten. Verdeel de belasting of leg een nieuwe groep aan.

Wat betekent een uitschakelvermogen van 4,5 kA?

De grootste kortsluitstroom die de automaat veilig kan onderbreken. Die moet hoger zijn dan de mogelijke kortsluitstroom op de plaats van de automaat.